Brasov: project “Helpende Handen”
(Brief An Gunst-Dumon
/ januari 2005)
| Beste vrienden,
“ Het heeft hier de laatste dagen veel gesneeuwd en het is -20°C. Ik hou permanent contact met onze straatkinderen en volwassen daklozen om zeker te zijn dat ze nog leven”. Deze woorden blijven me bij en ik besef dat als wij het hier koud hebben, dat een deur voor ons opengaat naar een plaats, een thuis waar we ons kunnen opwarmen. Ginds, als de straatkinderen en daklozen het koud hebben, moeten ze door een rioolgat kruipen en vinden ze onder de grond de nodige warmte om te kunnen overleven. Manuel schreef verder: “Wat jullie ons gebracht hebben, komt heel goed van pas: we helpen hen met warme kleren, schoenen, medicijnen, zeep, shampoo, tandpasta en tandenborstels, de thermische potten zijn ideaal voor de warme soep…”. Onze hulp is dus meer dan welkom, maar meer nog, de nood aan een centrum van waaruit ze de straatkinderen kunnen helpen en bijstaan, is een pure noodzaak voor een beter en menswaardig bestaan. Tot nu toe gebeurt alle hulp op straat en op het plein naast het station, ook de eerste medische verzorging. In de winter, bij temperaturen van -20, -30°C is dit zeer moeilijk werken. Daarenboven, nu Roemenië wil toetreden tot de Europese Unie, worden de straatkinderen en de hulp die ze op straat ontvangen, niet altijd door de overheid geduld. Vorig jaar heb ik tweemaal vernomen dat de minderjarigen waren opgepakt en naar een instelling gebracht. Het was telkens in een periode van buitenlands politiek bezoek. Enkele weken later waren ze terug op straat. Sinds ik op 1 april 2002 voor twee weken naar Brasov ging, om er gratis tandheelkundige zorgen te verstrekken aan straatkinderen, zigeuners, arme gezinnen en alleenstaanden, is de samenwerking ontstaan met Narnia, een Roemeense humanitaire vereniging, waarvan Manuel Ciobanu de voorzitter is. De leden bestaan uit twee sociale werkers, een doktores en een verpleegster. Ze worden bijgestaan door vrijwilligers en door studenten van de Social Worker University Brasov. De medewerkers van Narnia willen hulp bieden aan straatkinderen en
daklozen, die leven in een sociaal isolement, evenals aan alleenstaande
ouderen en moeders, gezinnen in problemen, jongeren die aan 18 jaar
de instellingen moeten verlaten… . Met mobiele assistentie brengen
ze in een eerste fase de hulp in de straat voor straatkinderen en daklozen,
en hulp aan huis voor alleenstaande ouderen (o.a. dokters- en verpleegsterbezoek).
In een latere fase willen ze daarnaast diverse diensten onderbrengen
in een centrum: toiletten, wasplaatsen, kookplaats, een dagcentrum,
een sociaal, medisch en dentaal kabinet. |
|
De eerste en dringende noden van Narnia zijn een minibus
en de aankoop van een locatie voor het centrum. Dankzij de financiële steun die
we vorig jaar mochten ontvangen, hebben we eind juni een nieuwe wagen
aangekocht voor deze vereniging, omdat de 24-jaar oude Ford fiesta te
vaak kapot was en teveel kostte om hem telkens terug op te lappen. Het
is een Roemeense Dacia break van 4000 euro. We hebben toen afgezien van
het oorspronkelijke idee van de minibus, hoewel dit het meest aangewezen
en nog steeds gewenst is, omdat je dan de merken van hier hebt, en die
zijn te kostelijk, we willen absoluut sparen voor het volgende doel,
de volgende stap, die het mogelijk maakt de diverse diensten onder te
brengen in een centrum. Om dit te verwezenlijken zijn we nu dringend
op zoek naar de nog ontbrekende financiële middelen voor de aankoop
van een huis of locatie voor het centrum, waar ze hun activiteiten kunnen
organiseren en verder uitbouwen. Zonder basis is het zeer moeilijk werken,
zeker in de winter. Van november tot april kan het er koud zijn met temperaturen
tot –20, -30 ° C. Bij dergelijke temperaturen is het niet mogelijk
om met deze doelgroep samen te komen in een gelegenheid, omdat ze er
niet gewenst zijn, en het is te koud om lang op straat te blijven. De
meeste straatkinderen, straatjeugd en volwassen daklozen slapen en leven
nog in de riolen onder de grond in slechte hygiënische omstandigheden.
Omwille van de discriminatie tegenover hen kan het centrum niet in een
appartements-gebouw, maar moet dit in een afzonderlijk gebouw. Alles
wordt nu georganiseerd vanuit een appartement met 2 kamers, 1 kamer voor
de vereniging, als stapelplaats voor het materiaal, en 1 kamer om met
4 personen in te leven en te slapen. In dit appartement wordt ook gekookt
voor de straatkinderen. |
|
Hier in België hebben we onze krachten verenigd
in de F.V. “Helpende Handen”. Het ganse jaar door worden
nog bruikbare goederen, in een degelijke en nette staat, ingezameld,
gedemonteerd en opgehaald, gesorteerd en in bananendozen ingepakt:
kledij, schoenen, schoolgerief, zeep, shampoo, medicamenten, medisch
en tandheelkundig materiaal… . Zo waren we in februari met een
ploeg van tien personen samengekomen in het vroegere “Vrolijk
Verblijf”, dat zou gesloopt worden, om er heel wat bruikbaar
materiaal te demonteren en op te halen: toiletten, lavabo’s,
tafels, stoelen, deuren, verlichting, sportramen, radiators, gordijnen,
lakens, keukengerei, … . Al dat materiaal wordt in Roemenië op
verschillende plaatsen hergebruikt, o.a. in scholen en hospitalen.
Vrijwilligerswerk is iets bijzonders, het is een bijzonder gevoel om
je samen met anderen in te zetten om anderen te helpen. Het is zeker
niet saai, en soms kan je wel iets heel aparts beleven. Die zaterdag
in “Vrolijk Verblijf” werd ik er verwelkomd door een 15-tal
man in gevechtsuitrusting, van de Franse interventiepolitie op oefening.
Toen ik een tijdje later terug bij mijn auto kwam, zag ik een aantal
van die mannen rond mijn auto sluipen, de anderen waren het gebouw
aan het besluipen. Ik had nog maar net lachend gezegd: “ne tire
pas sur moi”, of er volgde een: “non, non madame” en
de hel brak los: er werd geschoten aan alle kanten, het gebouw werd
bestormd, een ruit werd ingestampd en ze overmeesterden het gebouw.
Dat ging zo een geruime tijd door en terwijl wij de gordijnen afnamen,
zochten zij in alle hoeken en kanten, ook achter de gordijnen, met
het geweer in aanslag, naar hun …prooi. Vorig jaar zijn er drie
transporten van hulpgoederen geweest, en er is ook nog particulier
een computer en meer meegenomen. Het laatste transport van oktober
verliep niet zoals gewenst, en we zijn Gerard en Michel zeer dankbaar
voor hun uitzonderlijk geduld en doorzettingsvermogen om alles goed
af te leveren. Ze hebben nogmaals bewezen dat ze in deze zaken een
stevig duo zijn. |
|
|
Daarnaast trachten we hier ook de nodige financiële
middelen te verzamelen, want zonder kan je niet veel aanvangen: aanvragen
schrijven, spreken, voordrachten, lezingen, collectes of inzamelingen
houden bij diverse instanties, verenigingen, clubs, bedrijven, private
personen, scholen en parochies, evenals kerstmarkten en verkoopacties.
Een primeur vorig jaar was de eerste editie van de maaltijd ten voordele
van de straatkinderen in Brasov, met de belangrijke steun van de St.-Jozefsparochie
in Oostende, die ondermeer dit idee lanceerde in februari. Op zondag
25 april 2004 was het zover: de zowat 160 aanwezigen en alle vrijwilligers
waren heel tevreden en er werd al luidop gedroomd van de volgende maaltijd
in 2005. Velen hebben nu reeds gevraagd wanneer deze komt. En ja, op
zondag 22 mei 2005 volgt een tweede maaltijd ten voordele van de straatkinderen
in Brasov. |
Langs deze weg willen we graag ieder
bedanken die elk op zijn manier zijn steun gegeven heeft, door hun
aanwezigheid of spontane bijdrage, tombolaprijzen of sponsoring, en,
last but not least, willen we danken voor de bijzondere steun van de
St.-Jozefsparochie en voor de grote inzet van de vele vrijwilligers,
die de maaltijd tot een waar succes hebben gebracht. Apart wil ik twee
vrienden bedanken die vorige zomer ter gelegenheid van hun verjaardig
of priesterjubileum spontaan een collecte hebben gehouden voor het
werk van de straatkinderen, en ons daarmee verrasten. Van twee organisaties
ontvingen we een fonds: één om medische bijstand te geven,
en één om een educatief programma te starten voor straatkinderen
en jong volwassenen met een grote schoolse achterstand, om reïntegratie
mogelijk te maken. |
|
Vorig jaar ging ik tweemaal naar Roemenië, de eerste
keer was het eind maart, begin april. De toestand blijft er op zijn minst
schrijnend. Nog steeds komen er nieuwe straatkinderen bij: zo zagen we
drie broertjes van 9, 11 en 13 jaar die nog niet lang op straat leven.
Een oudere man toonde zijn arm met een tiental verzworen wonden: hij
was gebeten door de ratten in de riolen onder de grond. Een gezin met
drie kleine kinderen woont in een metalen barak, zonder water, gas en
electriciteit, zonder toilet en kookfornuis, er wordt gekookt op een
kleine kachel die afval verbrandt, de moeder is zwanger van een vierde.
Deze moeder leefde vroeger in één van de vele weeshuizen,
de vader leefde op straat. Veel mensen zie je zoeken in de afvalcontainers
naar karton, bruikbare spullen, zelfs eten om op te eten. |
![]() |
Een alleenstaande moeder werkt in een confectiebedrijf en verdient er maximum 60 euro per maand als ze het vereiste aantal stukken haalt, maar meestal zijn de naaimachines defect en verdient ze minder. Na de revolutie is er nog een groot probleem bijgekomen: vroeger zorgde de staat voor een baan als de weeskinderen groot werden. Nu moeten ze op 18-jarige leeftijd deze instellingen verlaten en komen meestal terecht in een leven zonder toekomst, ze moeten het zelf maar zien te rooien. Daardoor komen er ook veel van hen in de riolen wonen. In de wachthal van het busstation zagen we een groep meisjes die de weeshuizen hebben verlaten, ze wonen met een 26-tal in twee grote kamers zonder verwarming, zonder sanitaire en andere voorzieningen en ze zijn werkloos. Sommigen hebben een kindje. De strenge winters maken het leven van straatkinderen en daklozen heel hard en tekenen hun uiterlijk. Bij temperaturen van –20, -30°C moeten ze 3 meter onder de grond in de riool. De laatste dag ben ik met straatkinderen in een riool geweest: enkel in het rioolgat valt wat vaal daglicht binnen, daarnaast is het donker. De tunnel is niet breder dan 3 meter, aan weerszijden bevinden zich dikke buizen met het warme stadswater, de klamme warmte overvalt je, je hebt het gevoel dat je er niet lang kunt binnenblijven. Er blijft maar een smalle ruimte over om te slapen. Op de grond ligt een deken, dat is hun bed. Toen we er aankwamen had iemand de toegang tot de riool volgestopt met grote takken zodat ze er niet in konden, vroeger reeds had iemand benzine in de riool gegoten en een lucifer erachteraan gegooid, gelukkig waren ze er niet. De tweede reis was van 25 oktober tot 15 november.
Ruim twee weken waren voor het humanitaire werk, dat bestond uit opvolging
en evaluatie van de werking en toestand, bespreking naar de toekomstige
werking en projecten. We hebben ook reeds uitgekeken voor de aankoop
van het centrum, maar er werd nog niets aangekocht door tijdsgebrek
tengevolge van de vele reisperikelen met grote vertragingen. Het zoeken
naar iets geschikts is nogal tijdrovend, er moeten telkens telefonische
afspraken gemaakt worden om ter plaatse te gaan kijken. Verder is de
meeste tijd besteed aan de tandheelkundige verzorging van straatkinderen,
die met een busje werden opgehaald aan het stationsplein, of direct
vanonder de brug waar ze sliepen. Meestal waren ze niet gewassen en
hadden ze honger. Terwijl we het tandheelkundig kabinet en de gesteriliseerde
instrumenten op orde brachten, kregen ze brood en drinken, een tandenborstel
en tandpasta om direct hun tanden te poetsen. Naast deze groep straatkinderen
waren er ook enkele jongens die vroeger op straat leefden maar nu in
een centrum wonen, en verder nog de groep weesmeisjes die op 18-jarige
leeftijd het weeshuis moeten verlaten en aan hun lot overgelaten worden.
Bij deze meisjes waren de tanden er zeer slecht aan toe. |
|
![]() |
Het was een vruchtbaar jaar met heel mooie momenten
en momenten van hard werken. Er was het huwelijk van onze zoon, maar
er was ook het overlijden van een vriend die ons werk van harte steunde
, het verlies van een geliefde dochter van een naaste medewerker, de
dood van mijn vader en het onverwacht overlijden van mijn moeder op
15 november, de dag van onze terugreis, terwijl we nogmaals zeven uren
vastzaten in de luchthaven van Boekarest, dit vier maanden na het overlijden
van mijn vader. Dit alles, samen met een achterstand van werk hier,
rugproblemen van mijn echtgenoot, en de Kerst- en Nieuwjaarsperiode,
dit alles zijn de redenen waarom ik jullie nog niet vroeger heb geschreven.
Vooreerst wil ik u in naam van Manuel Ciobanu en de leden van de Roemeense
humanitaire vereniging Narnia, en alle Roemenen die geholpen worden,
bedanken voor uw begrip, zorg en steun voor hen die leven in moeilijke
omstandigheden. |
In 2005 plan ik om terug naar Roemenië te
gaan. We hopen dat we nog voor de volgende winter kunnen overgaan tot
de aankoop van een locatie
waar we het centrum kunnen organiseren. De prijzen van vastgoed zijn
de laatste drie jaren enorm gestegen, en veel langer wachten zou een
aankoop onmogelijk kunnen maken. Ik hoop ten zeerste dat we dit jaar
een flinke stap vooruit komen en dat we deze mensen daadwerkelijk kunnen
helpen en hoop geven bij het volgende bezoek. Tevens is het regelmatig
contact belangrijk voor wederzijds respect, ondersteuning en een goede
werking. Ook zonder de interesse, aanmoediging, steun, hulp en giften
van jullie allen zou het niet gaan, en samen met de vele Roemenen zijn
we ieder daarvoor zeer dankbaar, en hopen we in de toekomst verder
op uw steun te mogen blijven rekenen. Samen met hen, de leden van de
Roemeense
humanitaire vereniging Narnia, de medewerkers van Helpende Handen hier,
willen we u allen het allerbeste toewensen in 2005.
Heel oprecht,
Helpende Handen F.V.
|